Beschouwing Taalverwervingstheorieën
Er zijn verschillende theorieën over de taalwerving van de mens. Er moet immers een verklaring zijn waarom kinderen zo snel hun moedertaal kunnen leren, terwijl die vrij complex is.
Vier voorbeelden van een theorie zijn de theorie van de UG (Universele Grammatica), de optimaliteitstheorie, neurale-netwerk theorieën en sommigen denken dat kinderen over een sociaal instinct beschikken een daardoor snel hun taal verwerven. De vier grootste theorieën hiervan zal ik in deze beschouwing uiteenzetten.
Universele grammatica
In de visie van de Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky speelt de Universele Grammatica een belangrijke rol. Dit is het taalvermogen dat alle mensen vanaf hun geboorte zouden bezitten. Volgens Chomsky is een taal zo complex dat aangeboren grammatica wel zou moeten. De Universele Grammatica bestaat uit principes en parameters. Het verschil tussen deze twee is dat de principes voor alle talen hetzelfde en aangeboren zijn en de parameters ervoor zorgen dat iedere taal zijn eigen kenmerken heeft, deze worden dus later pas aangeleerd. Principes zijn algemene regels voor alle talen, maar parameters kunnen per taal verschillen.
Met deze grammaticale regels kunnen mensen oneindig veel zinnen produceren, hierdoor wordt de theorie van de Universele Grammatica generatief genoemd: het verklaart de generatie van oneindig veel zinnen op grond van een grote verzameling regels.
Iets van deze theorie tegen kan spreken, is dat er veel uitzonderingen zijn waar geen antwoord op gegeven kan worden.
Het voornaamste argument dat voor de theorie wordt gegeven is dat kinderen nooit zulke complexe zinnen zouden kunnen vormen, met het kleine taalaanbod wat ze krijgen. Ze moeten dus wel een aangeboren taalvermogen hebben.
De optimaliteitstheorie
De optimaliteitstheorie is bedacht door fonoloog Alan Prince en natuurkundige Paul Smolensky. Zij gaan er vanuit dat de taalregels zacht van aard zijn. Daarmee bedoelen zij dat je deze regels in sommige gevallen mag overtreden, namelijk als ze in conflict komen met andere taalregels. Deze theorie heet de optimaliteitstheorie om aan te geven dat woorden en zinnen niet helemaal gehoorzamen aan alle taalregels, maar wel zo optimaal mogelijk. De taalregels gelden voor alle talen, maar ze zijn niet in alle talen even sterk. Dit verklaart de manier waarop woorden en zinnen worden gevormd in verschillende talen.
Neurale netwerkentheorieën
De neurale-netwerktheorie is ook een constructivistische theorie die uitgaat van het versterken van de bindingen tussen neuronen. Hoe vaker een bepaald woord of een bepaalde zinsconstructie wordt gehoord, hoe sterker de binding wordt. Verschillende woorden en zinsconstructies worden als het ware ‘ingesleten’ in de hersenen. Herhaling is hierbij dus van cruciaal belang. Ook bij deze theorie is de input alles bepalend en is de taalontwikkeling gebaseerd op de interactie tussen kind en omgeving.
Het sociale instinct
De Amerikaanse psycholoog Tomasello gelooft niet in het idee dat kinderen een aangeboren grammatica hebben. Hij heeft een totaal andere theorie over taalverwerving bedacht. Volgens hem leren kinderen van wat volwassenen zeggen. Tegelijkertijd leren ze allemaal verschillende taalkundige structuren, in allerlei vormen en omvang en op allerlei niveaus. Vervolgens gooien kinderen allerlei van die elementen bij elkaar waardoor ze een eigen taaltje creëren. De theorie die Tomasello hanteert, is gebaseerd op het vermogen van mensen om de bedoeling van andere mensen te begrijpen. Dit vermogen onstaat wanneer een kind negen maanden is. Voor die tijd heeft het kind geen benul van wat mensen met de taal bedoelen. Volgens Tomasello is het sociale instinct aangeboren, niet het taalinstinct. Met het aangeboren sociale instinct en het vermogen van baby’s om patronen te herkennen, zijn kinderen volgens hem in staat genoeg taal te leren vanuit het taalaanbod in hun omgeving.
Al met al zijn er verschillende theorieën over de taalwerving van kinderen. Er is met onderzoek nog niet aangeduid welke theorie de juiste is.
Hoi Anna Marthe,
BeantwoordenVerwijderenDit is een duidelijke tekst. Je hebt goed weergegeven wat je wou vertellen en wat je wou vertellen is netjes uitgewerkt. De opbouw is heel logisch in elkaar gezet met de inleiding, middenstuk en het slot. Het is netjes geschreven. Ik ben niks tegengekomen waarvan ik dacht dat ben je vergeten of dat kon beter uitgelegd worden.
Wel ben ik een paar kleine foutjes tegengekomen. Bijvoorbeeld in de spelling bij het woord ontstaat, dat woord heb je als onstaat geschreven. Voor d rest ben ik niet veel fouten tegengekomen.
Ik vind je slot wel een beetje erg kort door de bocht. Het is niet slecht, gewoon erg kort. Maar ik vond dat het wel een goed geschreven tekst is!
Hey,
BeantwoordenVerwijderenJe hebt de theorieën goed duidelijk gemaakt door ze zowel uit te leggen als te beschrijven waarom de theorie aannemelijk is, namelijk door te zeggen welk verschijnsel verklaard kan worden als je de theorie voor waar aanneemt. Dat deed je in het begin wat meer dan aan het einde, dus misschien had je dat ook bij de andere theorieën iets uitgebreider kunnen doen.
Zoals Bowen al zei, zitten er kleine foutjes in, maar dat zijn volgens mij alleen typfoutjes. Je tekst is een mooi geheel geworden en het is ook voor mensen die niet met de theorieën bekend zijn, denk ik, goed te begrijpen.