vrijdag 15 mei 2015

Beschouwing Taalverwervingstheorieën


Er zijn verschillende theorieën over de taalwerving van de mens. Er moet immers een verklaring zijn waarom kinderen zo snel hun moedertaal kunnen leren, terwijl die vrij complex is.
Vier voorbeelden van een theorie zijn de theorie van de UG (Universele Grammatica), de optimaliteitstheorie, neurale-netwerk theorieën en sommigen denken dat kinderen over een sociaal instinct beschikken een daardoor snel hun taal verwerven. De vier grootste theorieën hiervan zal ik in deze beschouwing uiteenzetten.

Universele grammatica

In de visie van de Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky speelt de Universele Grammatica een belangrijke rol. Dit is het taalvermogen dat alle mensen vanaf hun geboorte zouden bezitten. Volgens Chomsky is een taal zo complex dat aangeboren grammatica wel zou moeten.  De Universele Grammatica bestaat uit principes en parameters. Het verschil tussen deze twee is dat de principes voor alle talen hetzelfde en aangeboren zijn en de parameters ervoor zorgen dat iedere taal zijn eigen kenmerken heeft, deze worden dus later pas aangeleerd. Principes zijn algemene regels voor alle talen, maar parameters kunnen per taal verschillen.  
Met deze grammaticale regels kunnen mensen oneindig veel zinnen produceren, hierdoor wordt de theorie van de Universele Grammatica generatief genoemd: het verklaart de generatie van oneindig veel zinnen op grond van een grote verzameling regels.
Iets van deze theorie tegen kan spreken, is dat er veel uitzonderingen zijn waar geen antwoord op gegeven kan worden.

Het voornaamste argument dat voor de theorie wordt gegeven is dat kinderen nooit zulke complexe zinnen zouden kunnen vormen, met het kleine taalaanbod wat ze krijgen. Ze moeten dus wel een aangeboren taalvermogen hebben.

De optimaliteitstheorie

De optimaliteitstheorie is bedacht door fonoloog Alan Prince en natuurkundige Paul Smolensky. Zij gaan er vanuit dat de taalregels zacht van aard zijn. Daarmee bedoelen zij dat je deze regels in sommige gevallen mag overtreden, namelijk als ze in conflict komen met andere taalregels. Deze theorie heet de optimaliteitstheorie om aan te geven dat woorden en zinnen niet helemaal gehoorzamen aan alle taalregels, maar wel zo optimaal mogelijk. De taalregels gelden voor alle talen, maar ze zijn niet in alle talen even sterk. Dit verklaart de manier waarop woorden en zinnen worden gevormd in verschillende talen.


Neurale netwerkentheorieën

De neurale-netwerktheorie is ook een constructivistische theorie die uitgaat van het versterken van de bindingen tussen neuronen. Hoe vaker een bepaald woord of een bepaalde zinsconstructie wordt gehoord, hoe sterker de binding wordt. Verschillende woorden en zinsconstructies worden als het ware ‘ingesleten’ in de hersenen. Herhaling is hierbij dus van cruciaal belang. Ook bij deze theorie is de input alles bepalend en is de taalontwikkeling gebaseerd op de interactie tussen kind en omgeving.


Het sociale instinct

De Amerikaanse psycholoog Tomasello gelooft niet in het idee dat kinderen een aangeboren grammatica hebben. Hij heeft een totaal andere theorie over taalverwerving bedacht. Volgens hem leren kinderen van wat volwassenen zeggen. Tegelijkertijd leren ze allemaal verschillende taalkundige structuren, in allerlei vormen en omvang en op allerlei niveaus. Vervolgens gooien kinderen allerlei van die elementen bij elkaar waardoor ze een eigen taaltje creëren. De theorie die Tomasello hanteert, is gebaseerd op het vermogen van mensen om de bedoeling van andere mensen te begrijpen. Dit vermogen onstaat wanneer een kind negen maanden is. Voor die tijd heeft het kind geen benul van wat mensen met de taal bedoelen. Volgens Tomasello is het sociale instinct aangeboren, niet het taalinstinct. Met het aangeboren sociale instinct en het vermogen van baby’s om patronen te herkennen, zijn kinderen volgens hem in staat genoeg taal te leren vanuit het taalaanbod in hun omgeving.

Al met al zijn er verschillende theorieën over de taalwerving van kinderen. Er is met onderzoek nog niet aangeduid welke theorie de juiste is.

maandag 26 januari 2015

Studeren in eigen tempo

Studeren in eigen tempo

Opdracht 1 Verduidelijken
Bindend studieadvies : Een beslissing van de universiteit of hogeschool over de voortgang van uw opleiding. Elke student krijgt een studieadvies aan het einde van het 1e studiejaar. Het advies kan negatief zijn. U moet dan stoppen met uw opleiding. Dit is het geval als u niet genoeg studiepunten heeft en voor u geen bijzondere omstandigheden gelden.

Bachelor : Internationaal erkende titel die een student in Nederland krijgt na voltooiing van een vierjarige HBO-opleiding of een driejarige WO-opleiding.

Master : Een  titel van iemand een opleiding heeft voltooid aan een universiteit of hogeschool .

Selectie aan de poort : Wanneer je een opleiding wilt gaan volgen, je eerst een gesprek moet aangaan met een studieadviseur of iemand anders die aan de opleiding verbonden is. Word je niet geschikt geacht voor de opleiding dan kan een negatief advies worden afgegeven. 

Basisbeurs : De Basisbeurs is een vergoeding in het onderwijs in Nederland die wordt uitgekeerd in de vorm van een prestatiebeurs. Het is een vorm van studiefinanciering.
Studievoorschot : Een lening (tegen gunstige voorwaarden) die elke student aan
hogeschool of universiteit kan aanvragen.

Stage : Onderdeel van een opleiding waarin je de praktijk leert.

Bestuursfunctie : Functie van iemand die zitting heeft in een bestuur.

Langstudeerders : Student in het hoger onderwijs die langer of veel langer doet over zijn of haar studie dan de overheid wenselijk acht.

LSVb : Landelijke Studenten Vakbond; komt op voor de rechten van studenten.

Flexstuderen : Een vorm van studeren waarbij de student de mogelijkheid heeft zelf
het tempo van de studie te bepalen. 

Voltijd : De volledige tijd besteden aan de studie. 

Modulaire opzet : Definitie van samenstellende onderdelen die tot operationele programma`s kunnen worden gecombineerd. 

Leerrechtensysteem : Een systeem waarbij de student een aantal vouchers (een soort
bonnen) krijgt, die overal kunnen worden ingewisseld tegen toelating tot een studie of onderdeel van een studie.

Opdracht 2 Woorden
Knip : Scheiding

Columniste : Journaliste die het nieuws analyseert en columns of commentaren schrijft die zijn gebaseerd op persoonlijke kennis en ervaring met de bedoeling deze te publiceren of uit te zenden.

Per saldo : Als alles tegen elkaar wordt afgewogen.

Naar rato van : In de juiste verhouding

Uitvalcijfers : Gegevens over studenten die hun studie niet afmaken.

Innovatie: Ontwikkeling van nieuwe ideeën en dingen.

Bureaucratisch: Met veel regels en veel administratie.

Rendementseisen : Eisen over de opbrengst

Opdracht 3 Ordenen
A
·         Leerlingen met een vwo diploma of HBO-bachelor
·         4-5 jaar
·         Iedereen van de studie doet zelfde tentamens
·         Universiteit of hogeschool
·         Basisbeurs
B
·         Leerlingen met een vwo diploma of HBO-bachelor
·         4-5 jaar
·         Online kiezen welke vakken je wilt doen
·         Thuis
·         Online studeren
C
·         Leerlingen met een vwo diploma of HBO-bachelor
·         Zelf kiezen
·         Gedeelte van de vakken kun je zelf kiezen
·         Universiteit
·         Flexstuderen, betalen voor welk onderwijs ze krijgen
D
·         Leerlingen met een vwo diploma of HBO-bachelor
·         Zelf kiezen
·         Zelf vakken kiezen
·         Thuis + universiteit
·         Je krijgt studiefinanciering per studiepunt dat je haalt
E
·         Leerlingen met een vwo diploma of HBO-bachelor
·         <10 jaar
·         Meer mogelijkheden
·         Particuliere en publieke instellingen
·         Tegoedbonnen


Opdracht 4 Samenvatten
a) Voor studenten die naast hun studie iets anders graag zouden willen doen.
b) De studie moet in een bepaald tempo worden voltooid.
2
Studenten doen alleen de onderdelen per jaar, waar zij zich voor inschrijven
3
De studenten betalen alleen voor de onderdelen, waar zij zich voor in geschreven hebben.
4
Het studiesysteem ligt vast in wetten.    

Opdracht 5 Samenvatten (2)
- LSVb
- Politiek
- Systeem nu

Opdracht 6 Samenvatten (3)
Het kabinet van nu ziet studeren als een kostenpost in plaats van een kans. Het is beter als je je studie zo snel mogelijk afrondt, vindt de overheid. Niet iedereen is hier mee eens, want studenten hebben nog andere bezigheden naast school. Aleid Truijens stelt voor om de studenten alleen te laten betalen voor het onderwijs dat zij gebruiken.  Langstudeerders zijn vaak beter voorbereid op de maatschappij en hebben een bredere kijk. De  LSV is het hier mee eens. Studenten krijgen zo veel meer  vrijheid in de keuze en kunnen hun hun eigen snelheid bepalen (=flexstuderen). Een student kan zich inschrijven voor een bepaald aantal studiepunten en krijgt aan de hand daarvan een studiefinanciering.  Voltijd moet wel blijven bestaan voor de mensen die daar nog interesse in hebben .  In andere landen met dit systeem zijn de uitvalcijfers laag. Veel volwassen participeren  aan het hoger onderwijs. We voeren dit systeem nu niet nog niet, omdat universiteiten al heel lang dit systeem hebben. Innoveren gaat moeizaam door bureaucratie en er zal ook een wijzigingen in de wet moeten komen. een D66 kamerlid vindt dat eerst de rendementseisen eruit moeten. De politiek is erg enthousiast over het idee. Rutteheef  al eens eerder een  idee als Truijens op tafel gelegd. Het bedachte systeem is een systeem waar alleen maar  voordelen aan zitten en waarmee niemand het eigenlijk oneens kan zijn.

Opdracht 7 Beweringen en argumenten
·         Studenten van nu hebben amper de tijd om te wennen aan hun nieuwe leven.
-          Door maatregelen als … er flink op (1-3) - Objectief
-          Volgend jaar komt … het zogeheten studievoorschot (4-6) – Subjectief
·         ... is snel studeren lang niet voor iedereengeschikt;
-          Sommigen willen …. wordt gemaakt (10-11) – Objectief
·         En langstudeerders hoeven geen extra geld te kosten.
-          Als je … in beslag  (14-17) – Objectief
·         Die extra jaren zijn geen verloren jaren.
-          Langstudeerders zijn … snelle rakkers ( 20-21) – Subjectief
·         In je studietijd moet je gekke dingen doen, ...
-          Dat kweekt … als leidinggevende (24-25) – Subjectief
·         Wij zijn helemaal voor.
-          Je geeft… dit doen (30-32) – Objectief
·         Natuurlijk moet je het flexstuderen niet aan iedereen opleggen.
-          Er zijn … willen studeren (39-40) – Objectief
·         Erik Driessen is positief.
-          We lopen … kunnen inhalen (44-45) – Objectief
·         Het zou goed zijn alsNederlandse universiteitenmeer met hun tijd meegaan.
-          Het volgen … huidige samenleving (53-54) – Subjectief
·         Het is inderdaad allemaal niet zo simpel.
-          De wet … te houden (60-61) – Objectief
·         Volgens Van Meenen ligt het probleem bij de bekostiging.
-          Een deel … dat afstudeert (64-65) – Objectief
·         Het idee voor een flexibelonderwijssysteem is dusniet nieuw.
-          Het plan … te stimuleren ( 67-71) – Objectief
·         ... is het plan van Truijensvolgens SP-KamerlidJasper van Dijk ‘velemalen verfrissender’ ...
-          Het huidige … naar alternatieven (78-80) – Subjectief

Opdracht 8 Beweringen en argumenten
·         Studenten van nu hebben amper de tijd om te wennen aan hun nieuwe leven.
-          Eens, middelbare school en studeren is een groot verschil.
·         ... is snel studeren lang niet voor iedereengeschikt;
-          Eens, iedereen wil andere dingen.
·         En langstudeerders hoeven geen extra geld te kosten.
-          Eens, het andere systeem kan dit oplossen.
·         Die extra jaren zijn geen verloren jaren.
-          Eens, op deze manier krijg je meer ervaring
·         In je studietijd moet je gekke dingen doen, ...
-          Eens, het moet natuurlijk niet, maar dit is wel de ideale periode waarin je nog even onvolwassen kan zijn.
·         Wij zijn helemaal voor.
-          Het gaat om het beste en niet wat er nu is.
·         Natuurlijk moet je het flexstuderen niet aan iedereen opleggen.
-          Eens, sommige vinden dit juist wel erg fijn
·         Erik Driessen is positief.
-          Eens, we kunnen het inhalen.
·         Het zou goed zijn als Nederlandse universiteitenmeer met hun tijd meegaan.
-          Eens, dat is beter op internationaal vlak.
·         Het is inderdaad allemaal niet zo simpel.
-          Eens, er moet veel verandert worden.
·         Volgens Van Meenen ligt het probleem bij de bekostiging.
-          Eens, het gaat om het geld.
·         Het idee voor een flexibel onderwijssysteem is dus niet nieuw.
-          Eens, er is eerder over gediscussieerd.
·         ... is het plan van Truijensvolgens SP-KamerlidJasper van Dijk ‘velemalen verfrissender’ ...
-          Het is een idee van deze tijd.

Opdracht 9 kritisch lezen
1)
Niks
2)
Niks, want het tempo wordt niet verandert, alleen hoeveel geld hij aanvraagt.
3)
Nee, ze wil dat de studenten echt aanwezig zijn en niet online.
4)
Nee, je moet het opgeven ment ook in praktijk brengen.
5)
Ja

Opdracht 10 Jouw studiewensen
1)
Plan truijens, eigen tempo en alleen inschrijven voor iets wat je echt aanspreekt.
2)

Open universiteit, online lessen spreken mij niet aan, gaan veel sociale contacten van achteruit.

Opdracht 11 schrijf een essay

Er is veel kritiek omrent het ‘sociaal leenstels’ dat  is ingevoerd. De meeste mensen zouden graag een nieuw schoolsysteem wille zien. Flexstuderen spreek veel mensen aan, een vorm van studeren waarbij de student de mogelijkheid heeft zelf het tempo van de studie te bepalen. Zelf zou ik ook graag een modernisering van het huidige schoolsysteem willen zien.

De minister van onderwijs , mevrouw Bussemaker, ging in gesprek met studenten, docenten en bestuurders over eventuele veranderingen van het schoolsysteem. Ik vind het logisch dat ze met deze mensen spreekt, omdat deze personen ervaring hebben met het huidige schoolsysteem en goed kritiek kunnen leveren op het huidige schoolsysteem, omdat zij ervaring hebben. Het lijkt mij persoonlijk alleen ook een goed idee om met de huidige leerlingen van het vwo te praten, zij zijn immers de studenten die te maken krijgen met de veranderingen.

Een erg goed plan vind ik het plan van Truijens. Haar plan is om de studenten te laten betalen voor het onderwijs wat zij ook daadwerkelijk gebruiken. Hierdoor lopen de scholieren geen gevaar voor langstudeer boetes. De studenten moeten fysiek aanwezig zijn bij het studeren, maar mogen wel zelf de vakken en het tempo kiezen. Doordat de studenten zelf hun tempo mogen aangeven, kunnen de studenten er dingen naast doen. Zij zullen ook meer inzet tonen bij de vakken, omdat zij hoogstwaarschijnlijk echt iets kiezen waar zij plezier in hebben en bereid zijn er hard voor te werken. De druk op de leerlingen neemt af en zij hebben meer vrijheid.

Mijn mening over het nieuwe schoolsysteem is het volgende: Ik zou graag colleges en lessen fysiek willen bijwonen, omdat het goed is voor je sociale contacten en je online meer gevaar loopt om laks te worden. De open universiteit geeft nu wel online colleges, dit zou dus niet mijn voorkeur hebben. Het liefst zou ik les hebben in kleine groepjes, zodat het makkelijk is om vragen te stellen en de leraar extra aandacht kan geven op bepaalde onderwerpen. Mij lijkt het zelf verstandig om de herkansingmogelijkheden strenger te maken. De studieduur van Truijens ben ik het deels mee eens. Ik vind het goed dat mensen meer vrijheid en meer tijd hebben, maar ik zou een maximum van 10 jaar willen stellen. Zo krijgen studenten onder het universitaire niveau niet de mogelijkheid om een universitaire diploma te halen, die simpelweg alles heel lang en uitgebreid behandelen. Een andere reden waarom ik 10 jaar echt het maximum vind, is dat de informatie die je een lange tijd geleden hebt gehad waarschijnlijk is weggezakt. Als je daadwerkelijk aan het werk gaat ben je niet meer op de hoogte van de laatste ontdekkingen. Het gebruiken van digitaal lesmateriaal in de les vind ik prima, maar zoals ik eerder al zei, wil ik geen online lessen. Doordat ze in andere landen al verder zijn met schoolsystemen, lijkt het me een extra reden om in Nederland dit niveau ook te halen, zodat we op internationaal vlak ook mee kunnen doen met bv. stage- en uitwisseling mogelijkheden. Een erg goed idee van Truijens vind ik het idee omrent geld. Doordat je bij het plan van Truijens alleen betaalt voor de studiepunten die je behaalt, is het voor meer mensen de mogelijkheid om te studeren. Dit, omdat mensen tijdens het studeren meer tijd hebben voor werk. Het sociaal leenstels van nu vind ik geen slecht idee. Ik had uiteraard meer geld van de overheid willen ontvangen, maar als het er niet is, is het er niet. Doordat de studenten bij het plan van Truijens tijdens de studie kunnen werken, denk ik dat daar minder ophef over zal zijn.

Naar mijn mening moeten we overgaan op flexstuderen. Studenten kunnen meer dingen naast hun studie doen en krijgen de mogelijkheid om met meer ervaring aan de studie te beginnen. Minder leerlingen zullen last hebben om het geld voor de studie bij elkaar te sprokkelen en ze zijn hoogstwaarschijnlijk gemotiveerder in de gekozen vakken. Het veranderen van het hoger onderwijs is een investering in de toekomst!